zaterdag 8 januari 2011

Kelder

Kelder

Een dichter die volledig opgaat in het schrijven van een gedicht, in diepe concentratie, vergeet tijd en ruimte, vergeet zichzelf en lijkt vanzelf te schrijven. Hij/zij zegt: 'Het kwam uit mijn pen.' Maar in werkelijkheid had hij zich verdiept in zijn onderwerp of werd er al lang door geobsedeerd en was hij bekwaam als dichter, op de hoogte van poëtische wetten, al of niet bewust, door kennis en ervaring.

De psycholoog Csikszentmihalyi bestudeerde schilders die soms uren werkten, alsof hun schilderen het belangrijkste ter wereld was. Als het schilderij klaar was, keken ze er soms niet meer naar om. Het schilderen zelf was voldoende beloning.
Volgens Csikszentmihalyi kwamen kunstenaars in een 'flow' als er de juiste balans was tussen de uitdaging en de bekwaamheid deze aan te gaan. Als de uitdaging te groot, te zwaar is, is angst en onzekerheid het gevolg, als deze te klein is, verveling.

Dit lijkt op de spanning tussen informatie en redundantie bij de lezer. Een te gemakkelijk gedicht dat weinig nieuws vertelt, te veel herhaalt, wordt vervelend gevonden, maar een gedicht dat te veel nieuwe informatie geeft en weinig houvast, wordt schouderophalend terzijde gelegd. De dichter moet het juiste midden vinden tussen vertrouwd en experimenteel.
In de loop van de tijd worden vernieuwingen vertrouwder en kunnen de schrijvers ervan door bredere groepen lezers genoten worden. Dit gebeurde bijvoorbeeld met Lucebert en Faverey.
Zie hoe helder het volgende gedicht van Lucebert is geworden:

EEN LIEFDE


op de drempel stond armenkruis je stem
en ik proef in huis je tranen in een vaas staan

ik bleef en passant aan de andere kant van de straat
er groette mij een hand en ik las dat het te laat was

vroeger vonden wij tegen het glas een vliegmachine
maar lachten bij elke barst achter onze zachte kieuwen

nu glijden wij gescheiden door azië en europa
en je zwijgen is van porselein en mijn hijgen een hamer

De lezer nu ziet het meisje met gespreide armen staan terwijl ze iets zegt. Is het een ongewild afscheid? Dat wordt gesuggereerd door de opgesloten tranen in het huis. Is het een verboden liefde? De jongen passeert aan de andere kant van de straat, durft of mag niet dichterbij te komen. De volgende regel maakt duidelijk dat het niet kan of mag. Eerder zagen de gelieven geen problemen, vonden een vlieg voor het raam, vermaakten zich. Ze voelden zich als vissen in het water. Nu zijn ze gescheiden en zo ver van elkaar als oost en west. Haar zwijgen is kwetsbaar en zijn ongeduld, heftigheid maakt dat kapot.

Een Dichter des Vaderlands moet uiteraard voor brede groepen begrijpelijk zijn, maar hij mag evenmin te veel lijken op de tv-clowns.

Het schrijven/lezen van een gedicht kun je vergelijken met het oplossen van een probleem. Soms moet de dichter even afstand nemen van zijn gedicht in wording. Hij weet niet hoe hij verder moet. Hij gaat even lopen, eten koken of wat dan ook. Zijn brein werkt onbewust door en na enige tijd vindt hij een nieuwe regel of de verbetering van een andere, waar hij niet tevreden over was. hetzelfde geldt voor de lezer. Na even wat anders gedaan te hebben, vindt hij de sleutel tot het gedicht, begrijpt zelfs nauwelijks meer wat het probleem was.

In de psychologie noemt men dit incubatie. Creatieve mensen gebruiken pauzes en ontspanning om hun brein het werk te laten doen. Zij blijven verzonken in het proces dat ze op gang hebben gebracht en, als gedragen door een golf, zijn ze alert tot de oplossing zich aandient.
Je hoeft daarvoor niet te geloven in een kosmisch bewustzijn. De kunstenaar of wetenschapper of schaker moet wel kennis hebben van zijn vakgebied. Hij moet de juiste oplossing kunnen herkennen en daarvoor is eenvoudig oefening nodig.
Nog steeds geldt: oefening baart kunst.
Marcel Obiak publiceerde in 2008 een gedicht dat dezelfde aanleiding had als een gedicht uit zijn debuut, vijftig jaar eerder. In beide gevallen gaat het om een herinnering aan gebeurtenissen bij een watermolen,van vòòr zijn vijftiende. De herinnering moest lang bewaard worden om zó beschreven te worden: ‘Soms sliepen we in de watermolen / en werden kleiner dan de muizen. // Muizen, spreiding van mezelf, monaden /van de levenslust, lettergrepen van de zin.’ De dichter zegt daarover: ‘Iets dat onvervangbaar is qua uitdrukking moet lange tijd kelder gehad hebben in het onderbewustzijn.’
=

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen